19-05-08

ONTWIKKELINGSHULP: HET LAATSTE TABOE

djankov

De snelste en efficiëntste methode om in de politiek gemarginaliseerd te worden en op een morele brandstapel terecht te komen, is in het openbaar vragen durven stellen over het nut van de ontwikkelingssamenwerking.  Wie dit doet, wordt onmiddellijk als een paria behandeld.

Zelfs het grote aantal schandalen dat voor een aantal jaren het ABOS (het toenmalige bestuur van Ontwikkelingssamenwerking) geteisterd heeft, veranderde hier niets aan.  Omtrent ontwikkelingssamenwerking mag geen kritiek geuit worden.  Eén voorbeeld: sinds 30 jaar zijn de opeenvolgende regeringen er niet in geslaagd het geld dat ze in de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking voorzien hadden, volledig uit te geven.  Dit belet echter niet dat in de programma’s van alle politieke partijen - behalve het Vlaams Belang uiteraard – al bijna even lang in zoveel woorden geschreven staat dat er moet gestreefd worden naar het optrekken van het budget Ontwikkelingssamenwerking tot 0,7% van het bruto nationaal inkomen.  Dat dit er niet bij vergetelheid instaat, wordt aangetoond door het feit dat n.a.v. elke begrotingsbespreking al deze politieke partijen telkens de tribune van het parlement beklimmen om te betreuren dat dit magisch cijfer nog niet bereikt werd.

Men hoeft nochtans geen principiële en absolute tegenstander van intermenselijke solidariteit en van hulp aan hongerlijdende groepen mensen te zijn om zich vragen te stellen over de wijze waarop het westen deze solidariteit en hulp organiseert.  Het Vlaams Belang heeft mij in de Kamer aangeduid om voor de fractie zitting te nemen in een OS-organisatie, die er op initiatief van het parlement gekomen is en de pompeuze naam draagt: Belgisch Overlevingsfonds.  Ik ben in de loop der jaren in die functie af en toe projecten op het terrein gaan inspecteren en kwam tot de bevinding dat er inderdaad een aantal zijn waarvan het nut honderd procent in twijfel moet getrokken worden maar dat anderen echt functioneren en meer dan behoorlijk presteren.  Dit heeft mij er nochtans niet van weerhouden regelmatig in het parlement fundamentele vragen i.v.m. de politiek rond Ontwikkelingssamenwerking te stellen. 

Hoe is het bv. te verklaren dat daar waar Azië en Afrika zich qua ontwikkeling in het begin van de zestiger jaren van vorige eeuw ongeveer op hetzelfde peil bevonden, de meeste Aziatische landen ondertussen een enorme vooruitgang geboekt hebben, terwijl er in sub-Sahara-Afrika geen enkel land is dat niet steeds dieper wegzinkt (Ik herhaal: geen enkel land.  Tot voor kort dacht in dat Kenia een uitzondering vormde, maar de recentste ontwikkelingen aldaar hebben aangetoond dat ik ongelijk had)?

Dat mijn opmerkingen terzake niet met dank aanvaard werden, hoeft geen enkel betoog.  In het Vlaams Belang zijn we dit gewoon, maar het doet des te meer plezier vast te stellen dat ook anderen tot dezelfde conclusies komen en ze nog durven uiten ook.  Zo vernam ik dat Simeon Djankov, die ontwikkelingseconoom is bij de Wereldbank, het onlangs nodig vond in het openbaar te stellen dat grote hulpstromen nefast zijn voor de democratie in arme landen.  Dit in het raam van een onderzoek dat hij gevoerd heeft en waaromtrent hij ook het volgende verklaart: “We wisten al dat de miljarden hulp, die rijke landen de afgelopen decennia hebben verstrekt, niet of nauwelijks hebben bijgedragen tot de verhoging van de economische groei in de gebieden waarvoor ze bestemd worden.  Maar wat ik in mijn onderzoek aantoon, is dat grote hulpstromen naar arme landen ook nog eens tot gevolg hebben dat die landen minder democratisch worden.  Sterker nog, als ze twintig jaar forse hulp ontvangen, blijft er van de democratie niets meer over.  Zimbabwe is daar een goed voorbeeld van.”

Djankov komt ook tot de conclusie dat de machthebbers en hun ambtenaren meteen proberen een behoorlijk deel van het geld voor zichzelf binnen te halen.  Soms door bedragen weg te sluizen naar bankrekeningen van zichzelf en de hunnen, maar ook door het te besteden aan zaken die bij groepen kiezers goed liggen.  Zo kunnen ze immers langer aan de macht blijven.

Ook stelt hij dat de hulpstroom bovendien voor die landen zo groot uitvalt, dat hun regeringen geen enkele reden meer vinden om zich t.o.v. hun bevolking fatsoenlijk op te stellen, de economie aan te zwengelen of belasting te doen betalen.  Djankov veroordeelt dan ook dat de acht grote industrielanden (G8) in 2005 besloten hebben de hulp aan Afrika te verdubbelen.  Meer geld geven vindt hij een verspilling.  Wat volgens hem wel efficiënt zou zijn, is een zeer strenge controle op het terrein m.b.t. de aanbesteding van wat geschonken wordt.

Ik ben bang dat het westen niet staat te springen om iets in die richting te doen.  De ontwikkelingslanden zou zich immers kunnen geschoffeerd voelen…stel je voor!

  

15:16 Gepost door Francis Van den Eynde in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: simeon djankov, ontwikkelingssamenwerking, abos |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.