30-01-09

Weg met de ‘allochtoon’

marinoLinks heeft altijd de merkwaardige gedachte gekoesterd dat situaties en problemen volledig of tenminste gedeeltelijk kunnen opgelost worden door het verbieden van bepaalde woorden of uitdrukkingen en het verplichte gebruik van anderen in te voeren (Denk maar aan de Franse revolutie. Toen werd er gedacht dat er meer ‘gelijkheid’ kwam wanneer iemand met ‘citoyen’ i.p.v. ‘monsieur’ aangesproken werd.). Vanzelfsprekend is het beleid bij ons dat, zoals iedereen weet, metapolitiek in handen van links is, in hetzelfde bedje ziek (deze ziekte heet politieke correctheid). Sinds jaren is ‘men’ er dus van overtuigd dat bepaalde woorden als geneesmiddel voor een aantal maatschappelijke problemen kunnen worden ingezet. Denk maar aan de ‘invaliden’ die plots ‘mindervaliden’ werden en nu al een tijdje ‘andersvaliden’ heten. Een zeer goede vriend die inmiddels overleden is, maar gehandicapt was, kon zich vreselijk aan dit wollig taalgebruik ergeren. Wanneer hij er mee geconfronteerd werd, verklaarde hij steeds opnieuw: “alsof dit iets aan mijn situatie kan verhelpen”.

 

De voorbeelden van dit semantisch ingrijpen dat bovendien vaak betuttelend overkomt, zijn legio. Zo was het plots politiek correct homoseksuelen nog uitsluitend ‘homofielen’ te noemen met als gevolg dat tegenwoordig een aantal militante groepen van mensen met deze geaardheid zich zeer bewust op hun ‘homoseksualiteit’ beroepen.

 

Dat het fenomeen zich niet alleen bij ons voordoet, mag blijken uit het volgende: het is ongepast in Frankrijk mensen met een zwarte huidskleur ‘noirs’ te noemen. Dit zou pejoratief zijn. In de plaats daarvan moet men het hebben over: ‘les blacks’. Waarom in dit geval, en dan nog precies in Frankrijk, de Franstalige kleuraanduiding kwetsend overkomt en de Engelstalige niet? Joost mag het weten. De politieke correctheid getuigt vaak van een weinig rationele logica.

 

Vanzelfsprekend woedt deze rage ook in de politiek bij ons. Vroeger had men het over ‘vreemdelingen’. Omdat men plots ging beweren dat dit als kwetsend kon aangevoeld worden, diende men ze van dan af ‘gastarbeiders’ te noemen. Wat later werd echter  aangevoerd dat iedereen het woordje gastarbeider met het begrip vreemdeling associeerde. Geen nood, de semantiek werd ter hulp geroepen en er werd een neologisme uitgevonden: ‘migranten’ (tot dan kende onze taal alleen maar immigranten of emigranten). Het duurde niet lang of iedereen gebruikte de ‘migrant’  als synoniem van ‘vreemdeling.’ Alweer werd de semantiek ter hulp geroepen. Uit de toverhoed van de politiek correctheid kwam nu de term ‘allochtoon’ te voorschijn.

                                        

Al ras werd echter vastgesteld dat Jan met de pet weliswaar ‘allochtoon’ zei maar ‘vreemdeling’ dacht. Hoogtijd dus om met iets nieuws op de proppen te komen. En ja, het is zover. Ik las in de krant van zaterdag 24 januari dat de Vlaamse minister van Inburgering Marino Keulen nu van mening is dat het woordje allochtoon als te stigmatiserend wordt ervaren. In een nieuw decreet heeft hij het over: ‘Vlamingen die bij de geboorte geen Belg waren of van wie minstens een van de ouders bij de geboorte geen Belg was’. (Geachte lezer, ik zweer u dat ik niet overdrijf. Zoiets zou ik niet kunnen uitvinden.)

 

Ik moet toegeven dat de hier gebruikte nieuwe omschrijving mij op het eerste zicht aan het dromen bracht. Als Vlaams nationalist en dus voorstander van de Vlaamse onafhankelijkheid zou ik het op prijs stellen dat mijn kleinkinderen omschreven zouden worden als Vlamingen die bij de geboorte geen Belg waren … Maar daar gaat het hier niet over. Wel over het feit dat ‘men’ nog steeds denkt problemen en situaties met woorden te kunnen oplossen of op zijn minst te kunnen verdoezelen. Dus vanaf nu geldt in dit land officieel: weg met de allochtoon, leve de Vlaming die bij de geboorte geen Belg was. Maar of iemand hiervan beter wordt …

17:33 Gepost door Francis Van den Eynde in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: actualiteit, marino keulen, allochtonen |  Facebook |

28-01-09

Aan Marie-Rose Morel

speechmrBeste Marie-Rose,

 

Ik was vandaag zinnens een webbrief over politiek en semantiek te verspreiden. Dat zal echter wat moeten wachten. Wat nu voorrang heeft, is jou te vertellen hoe pijnlijk verbaasd ik was toen ik over je ziekte hoorde. Het lot had je de laatste tijd al niet gespaard, maar als jonge vrouw en moeder dit er nog moeten bijnemen …

 

Ik wil je dan ook moed inspreken. Niet dat het je daaraan zou ontbreken. Je bent weliswaar geen vrouw van het type waarvan als ze in een mannengezelschap zit, gezegd wordt: de enige vent in die groep is zij. Daar ben je te vrouwelijk voor. Maar zoals echte vrouwen heb je in tegenstelling met de meeste mannen geen strijdperk nodig om je moed te bewijzen. De eerste helft van je voornaam verwijst trouwens naar iemand die ook een zeer moedige madam is geweest. Met de tweede helft kan je de jou ingeboren strijdlust aanscherpen door te bewijzen dat de Franse dichter die ooit schreef “… et rose elle vécu ce que vivent les roses, l’espace d’un matin.” een leugenaar en een oude sassa was (volgens mij schreef hij dit gedicht omdat zijn gevorderde leeftijd hem belette nog jonge meisjes te versieren).

 

Tenslotte dit nog: je weet dat je altijd op mijn vriendschap en kameraadschap hebt mogen rekenen. Ik bied ze jou hiermee opnieuw aan en dit ongetwijfeld net als zovele anderen. Het is omwille van dit laatste dat ik deze brief ook openbaar maak. Vermits ik toch al Frans gebruikt heb, wil ik als oud-Brusselaar eindigen met het gezegde dat ik vaak in mijn geboortestad heb gehoord en nu aan jou opdraag: “Patience et courage, on les aura”.

 

Houzee meid!

 

Francis

12:57 Gepost door Francis Van den Eynde in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: actualiteit, marie-rose morel |  Facebook |