12-01-10

De “battle of the bottle”, een stuk hedendaagse geschiedenis

nsv

Eind december 2009 werd de studentenvereniging NSV (Nationalistische Studentenvereniging) na jaren procederen als lid opgenomen in het PFK (Politiek en Facultair Konvent) van de Gentse Universiteit.

 

Logistiek betekent dit voor de vereniging heel wat.  Vanaf nu kan ze bijvoorbeeld beschikken over een deel van de infrastructuur van de universiteit, zoals bv. zalen die ze gratis kan gebruiken.

 

Dit zou allemaal onopgemerkt voorbij gegaan zijn, indien links met zijn gekende zin voor nuance en tolerantie niet overeind zou gaan staan zijn om bij het horen van dit nieuws met de nodige klem te protesteren tegen het toelaten van deze “fascisten” in een officieel orgaan van de universiteit.

 

De herrie uit de rode hoek zorgde ervoor dat de kranten voor de zaak aandacht gingen krijgen en er een aantal artikels over brachten.  Hierin werd o.m. verwezen naar het feit dat de NSV in 1982 uit het hierboven vermelde konvent gezet was n.a.v. de “battle of the bottle”, waarvan dan gezegd werd dat het ging om een keiharde vechtpartij tussen links en rechts die in de faculteitsgebouwen had plaatsgevonden.

 

Deze vrij simplistische voorstelling van de feiten verdient meer uitleg en ook meer nuancering.  Als getuige, maar vooral als toenmalige betrokkene meen ik hiervoor te kunnen zorgen.  Vandaar dat ik het relaas der feiten wil brengen.

 

Een doodgewone politieke informatieavond…

 

We schrijven 1982 (meerbepaald het voorjaar). 

Zoals het toen de gewoonte was – en nu nog is – werd er regelmatig door studentenverenigingen gebruik gemaakt van de auditoria van de universiteitsgebouwen van de Blandijnberg voor het organiseren van meetings, politieke vergaderingen, enz.

 

Voor die avond had de Gentse afdeling van de NSV de toelating bekomen om een informatieavond te organiseren over de situatie in Zuid-Afrika.  De spreker was de befaamde professor Vlerick, voorzitter van de vereniging Protea die zich tot doel stelde in Vlaanderen objectieve informatie over Zuid-Afrika te verspreiden.

 

Zodra de linkse studentenverenigingen op de hoogte waren, werd er vanuit hun kamp fel gereageerd.  De vergadering mocht en zou niet doorgaan.  Er werd dan ook een harde tegenbetoging aangekondigd.

Zodra de NSV’ers dit wisten, hadden zij op hun beurt hun afdelingen uit Leuven, Brussel en Antwerpen gemobiliseerd.

Er heerste die avond dus een gespannen sfeer in en rond de Blandijn.

 

De spanning werd nog bevorderd door het feit dat de tegenbetogers i.p.v. - zoals gewoonlijk - hun betoging voor de ingang te laten plaatsvinden, zich in de inkomhal hadden verzameld, zodat het niet anders kon of ze kwamen tussen de NSV’ers te staan.

Deze laatsten vonden er niets anders op dan te beginnen zingen.  Het Ruiterslied werd ingezet.  Dit lied, dat traditioneel door laatstejaars gezongen wordt op de laatste cantus die ze als student meemaken, kwam misschien voor de tegenbetogers nogal dreigend over.  De laatste woorden van elke strofe luiden immers: “om te sterven”.

 

Wat er ook van zij, het had tot gevolg dat de linkse studenten zich naar buiten begaven en de indruk gaven dat ze tot een klassieke tegenbetoging zouden overgaan.  Ze begonnen dus voor de Blandijn slogans te scanderen en zodra dit gebeurde kwam een politiepeleton tussen hen en de ingang van de gebouwen staan.

Alles leek dus weer zijn normale gang te kunnen gaan en de NSV’ers lieten de bijeenkomst starten.

 

…werd een veldslag

 

Iedereen begaf zich dus naar de zaal waar de voordracht plaatsvond, behalve een tiental mensen, waaronder ondergetekende NSV-sympathisant, die voorzichtigheidshalve aan de ingang van het gebouw bleven staan om wat buiten gebeurde in het oog te kunnen houden.

Veel zorgen maakten wij ons niet.  Voor de hoofdingang stond de politie en de zijingang was op slot, dit hadden wij zelf nagetrokken.

Er ging bij ons dus geen alarmbelletje luiden toen de betogers zich op de straten naar de linkerzijingang begaven.

Des te harder verschoten we toen we vaststelden dat ze zich langs daar toch een toegang konden verschaffen en dit doordat ze simpelweg over de sleutels van de toegangspoort beschikten.

Om toch nog te proberen ze te beletten de zaal te bereiken, stelde ons ploegje van tien man zich zo snel mogelijk op in de gang langs waar zij binnen stormden.  Onze situatie werd onmiddellijk zeer hachelijk.  We werden immers onthaald op een regen van kasseien waarmede onze tegenstanders zich hadden uitgerust door ze in de straat uit te breken.  Er vielen dan ook meteen enkele gewonden in onze groep.  Ik zag een Antwerpse student wiens hand volledig doorstoken was met een lange glasscherf en Peter Logghe, nu Vlaams Belang volksvertegenwoordiger voor West-Vlaanderen, werd met een bloedend hoofd en drie gebroken tenen afgevoerd.

Ik moet bekennen dat ik de situatie nogal zwart inzag.  Lang zouden we dit niet kunnen volhouden, vooral omdat de politie - die de universiteit slechts met uitdrukkelijke toestemming van de rector binnen mocht – niet anders kon dan de situatie door de ramen gade te slaan.

Bart V. - toen een eerstejaars pol&soc’er, nu een brave familievader in de kempen, kreeg toen echter een geniale ingeving.  Hij vestigde mijn aandacht op een grote metalen kast, die zich bevond in één van de kantoortjes aan de zijkant van de gang waarin de veldslag plaats vond. 

Prompt werd deze kast tussen ons en onze tegenstanders opgesteld, wat het voordeel had dat zij niet konden verder stormen en wij toch min of meer afgeschermd waren van de stenen die zij op ons lieten donderen.

Een minuut later trok Bart opnieuw aan mijn mouw.  Hij had de frisdrankautomaat opgemerkt aan het einde van het stuk gang dat wij aan het verdedigen waren.  Toen ik hem zei dat we toch moeilijk ook dit toestel in de gang bij de barricade konden opstellen, antwoordde hij: “niet de automaat, de kratten met leeggoed die ernaast staan!”

Achteraf bleek dat deze idee Bonaparte waardig was.  De kratten werden aangebracht, zodat wij op onze beurt onze tegenstanders op een regen projectielen, nl. de lege flesjes, konden trakteren.  Bijkomend voordeel: elke lege krat kon gebruikt worden om als schild boven ons hoofd te houden.  Dit systeem werkte dermate efficiënt dat wij in de tegenaanval konden gaan door de metalen kast als een soort pantser naar voor te duwen en op deze wijze uiteindelijk de tegenstander uit het gebouw konden verjagen.  Onderweg maakten we zelfs een krijgsgevangene: een linkse student had zich verscholen in een zijkantoor van een door ons heroverd stuk gang.  Hij werd “conform de Conventie van Genève” behandeld en afgeleverd aan de politie, die nog altijd voor de hoofdingang stond opgesteld.

Wij hadden de slag gewonnen, de avond was ongestoord kunnen doorgaan.  In die mate zelfs, dat de mensen die op dat ogenblik in de zaal naar professor Vlerick luisterden, haast niets van de heibel hadden gemerkt.

Na het einde van de voordracht trokken we uiteraard al zingend naar het toenmalige Vlaams Huis “De Roeland” aan de Korte Kruisstraat, waar een spontane cantus op het getouw gezet werd.

Voor het eerst in de lange cantusgeschiedenis werd toen dankbaar verwezen naar Coca Cola en naar de rol die deze frisdrank in onze overwinning had gespeeld, zodat iemand het nodig vond de avond met de glorierijke naam “the battle of the bottle” te bedenken, en dit naar analogie met de slag der Ardennen, die “the Battle of the Bulge” genoemd werd.

 

Moraal van deze zaak:

-Als het er op aan komt is alles bruikbaar, zelfs colaflesjes.

-Hoed je voor brave huisvaders…je weet immers nooit wat ze tijdens hun jeugd uitgespookt hebben!

 

16:10 Gepost door Francis Van den Eynde in Actualiteit | Permalink | Commentaren (1) | Tags: vlerick, blandijn, nsv |  Facebook |